Op elke productpagina van een thuisbatterij zie je een vergelijkbaar rijtje staan: 10 jaar garantie, 6000 cycli, tegenwoordig steeds vaker 10.000. Heldere cijfers, zou je zeggen. Toch vraagt dit wat meer uitleg (en een kleine rekensom). Ik ben erin gedoken.
Wat is een cyclus eigenlijk?
Ok, laten we eerst met de theorie beginnen.
Eén cyclus is één keer volledig opladen en weer ontladen. Maar dat hoeft niet in één keer te gebeuren. Ontlaad je twee keer 50%, met steeds een keer bijladen ertussen? Die twee ontladingen tellen samen op tot 100%. Dat is precies één volledige cyclus. Vier keer een kwart ontladen? Zelfde verhaal: ook één cyclus.
In de praktijk merk je daar weinig van. Je thuisbatterij laadt overdag een stukje op met de zon, levert ’s avonds een deel weer terug en doet de volgende dag hetzelfde. Die kleine beurten stapelen zich op tot volledige cycli, ook al zie je zelf nooit een meter van 100 naar 0 gaan.
Reken maar uit: bij zo’n 0,6 tot 1 volledige cyclus per dag kom je op 220 tot 350 cycli per jaar. Onthoud dat getal, want dat heb je verderop nodig.
Waarom staat er nu vaker 10.000 cycli waar het 6.000 was
Niet zo lang geleden was 6.000 cycli het gangbare getal bij plug-in thuisbatterijen. Inmiddels claimen steeds meer modellen 10.000.
Deels logisch: cellen worden groter en de fabricage verbetert, waardoor ze meer cycli aankunnen. Maar er speelt ook concurrentie mee. Een hoger cyclusgetal ziet er ook beter uit op een productpagina. Maar hoe komt dit getal tot stand?
En dat is meteen het probleem. De ontlaaddiepte en de temperatuur waarbij een fabrikant test, bepalen minstens zo veel als de kwaliteit van de cel zelf. Zonder die testcondities is 10.000 cycli van het ene merk niet zomaar te vergelijken met 6.000 van het andere merk. Een batterij met een lager cyclusgetal kan in de praktijk net zo lang meegaan als eentje met een hoger getal, puur omdat de test anders is opgezet.
De testmethode om tot het uiteindelijk cijfer te komen is dus belangrijk…
Nog een cijfer om te onthouden
Cyclusgaranties zijn altijd gekoppeld aan een restcapaciteit, meestal 80%, soms 70%. Dat percentage geeft aan hoeveel van de oorspronkelijke capaciteit je batterij na het opgegeven aantal cycli nog minimaal moet leveren. Werkt hetzelfde als bij je telefoon: daar kun je in de instellingen ook de restcapaciteit controleren. Hoe langer je een batterij gebruikt, hoe lager de restcapaciteit wordt. Daarom is je smartphone van twee jaar oud ook sneller leeg.
Toch staat dat percentage van de restcapacitieit bijna nooit naast het cyclusgetal op de productpagina. Je ziet 10 jaar en 6000 of 10.000 cycli, maar het bijbehorende percentage moet je meestal zelf opzoeken in de garantievoorwaarden. Als het daar al in staat.
Hoe dieper je ontlaadt, hoe minder cycli je haalt
Ontlaaddiepte (in vaktaal depth of discharge of DoD) bepaalt voor een groot deel hoeveel cycli een batterij aankan.
Celfabrikanten geven daar zelf duidelijke ranges voor. Bij een ontlading van bijna 100% haal je vaak niet meer dan 2000 tot 3000 cycli. Bij 80% ontlading loopt dat op tot ruim 4000. Ontlaad je maar een klein stukje per beurt, tot 10% bijvoorbeeld, dan kan het aantal cycli oplopen tot 14.000.
Nieuwere cellen, zoals die in huidige thuisbatterijen zitten, halen soms fors meer cycli dan deze richtcijfers suggereren. Ook bij bijna volledige ontlading. De richting klopt (dieper ontladen kost cycli) maar de exacte cijfers verschillen per cel en fabrikant. Zie het als een principe om rekening mee te houden, niet als een harde rekensom.
Wat betekent 80% restcapaciteit in de praktijk
Een batterij die zijn gegarandeerde cyclusaantal heeft gehaald, gaat niet meteen stuk. Hij levert alleen minder op. Wat ooit een batterij van 5 kWh was, gedraagt zich dan als eentje van 4 kWh.
Scheelt je in de praktijk misschien een uur stroom uit de accu op een gemiddelde avond. Voor de meeste huishoudens is dat geen reden tot paniek. Wel iets om rekening mee te houden zodra je de terugverdientijd doorrekent voor de jaren na de garantieperiode, want de volle capaciteit van dag één krijg je dan niet meer terug.
Ok, nog een rekensommetje: hoeveel cycli haal je echt?
Met 250 tot 350 cycli per jaar en een garantie van 6000 cycli kom je uit op 17 tot 24 jaar voordat je die cyclusgrens raakt. Bij 10.000 cycli ligt die grens nog verder weg.
Kortom: bijna geen enkel huishouden bereikt de cyclusgrens binnen de garantieperiode van 10 tot 15 jaar. Niet het aantal cycli is de beperkende factor, maar het aantal jaren. De garantie loopt vaak af terwijl de batterij qua cycli nog een ruime marge over heeft.
Om de cyclusgrens van 6000 in 10 jaar te bereiken moet je de batterij twee keer per dag volledig leegtrekken. Elke dag. 365 dagen × 2 cycli × 10 jaar = 7.300. Bij een gemiddelde van één cyclus per dag kom je op de helft: 3.650 in 10 jaar. Ruim onder de grens.
Tot slot
Het cyclusgetal op de productpagina klopt, maar het is maar een deel van het verhaal. Het restcapaciteitspercentage waaraan die garantie hangt staat er zelden naast. De testomstandigheden waaronder het cyclusgetal tot stand kwam al helemaal niet.
Voor de meeste huishoudens is dat geen probleem. Je haalt de cyclusgrens toch niet binnen de garantieperiode. Waar je wel op moet letten: wat de garantievoorwaarden zeggen over restcapaciteit en of de garantie afloopt op jaren óf op cycli, wat het eerst bereikt wordt.












