Twee plug-in batterijen van Zendure, beide met 2400W vermogen en dezelfde capaciteit. Toch verschilt de prijs 240 euro. Waar zit dat verschil? En belangrijker: welke past bij jouw situatie?
Het échte verschil: hoe ze laden
Op papier lijken deze batterijen een tweeling. Zelfde capaciteit (2.4 kWh), zelfde vermogen (2400W), zelfde levensduur (6000 cycli), zelfde garantie (10 jaar). Waarom dan 240 euro verschil? Dat zit ‘m in hoe ze stroom binnenkrijgen.
De AC+ sluit je aan op een stopcontact en werkt samen met je bestaande omvormer. Simpel: stekker erin, klaar. Je zonnepanelen leveren stroom aan je omvormer, die gaat het net op, en de AC+ haalt het daar weer af om op te slaan. Nadeel: die dubbele conversie (DC naar AC naar DC) kost efficiency.
De Pro geeft je een extra route. Naast laden via het stopcontact (net als de AC+) heeft de Pro vier MPPT-ingangen. Daarmee sluit je zonnepanelen rechtstreeks aan op de batterij, zonder omvormer ertussen. Dat kan met nieuwe panelen, maar net zo goed met je bestaande dakpanelen. Je haalt ze dan van je omvormer af en koppelt ze direct aan de Pro. Minder conversiestappen, dus minder verlies.
Installatie: hier scheiden de wegen
Dit is waar het in de praktijk het meest uitmaakt.
De AC+ plug je letterlijk in het stopcontact. Geen elektricien, geen DC-bekabeling, geen technische kennis nodig. Huur je? Woon je in een appartement? Geen zin in gedoe? De AC+ is plug-and-play in de puurste zin.
Voor de Pro hangt het ervan af wat je ermee wilt. Gebruik je hem alleen via het stopcontact, net als de AC+? Dan is de installatie even simpel. Maar wil je panelen direct aansluiten via DC, dan moet je kabels trekken van je panelen naar de batterij. Dat vraagt meer technische kennis en eventueel een elektricien.
Het voordeel: die vier MPPT-ingangen geven je veel vrijheid. Panelen op oost én west, verschillende hoeken, een mix van oud en nieuw, het kan allemaal. En heb je nog helemaal geen zonnepanelen? Dan bespaart de Pro je een aparte omvormer (reken op 300 tot 500 euro).
Buiten plaatsen? Let op
Beide kunnen naar buiten, maar er zit een verschil in hoe goed ze daar tegen kunnen. De AC+ heeft IP65-bescherming, de Pro IP67. In de praktijk: de AC+ kan tegen regen, de Pro kun je bijna onderdompelen.
Belangrijker: de Pro heeft ingebouwde verwarming. LiFePO4-batterijen laden niet onder 0°C. Staat je batterij in een onverwarmde schuur of aan een buitenmuur in Friesland? Dan heb je die verwarming nodig. De AC+ mist die, en dat is bij vorst een probleem.
Noodstroom
Beide systemen hebben noodstroom. Reken op je koelkast, internet, laptop en verlichting. Niet je hele huis, en zeker niet je inductiekookplaat op vol vermogen.
Wat niet in de specs staat: de omschakeltijd. Hoe snel schakelt het systeem over bij een stroomuitval? Daar geeft Zendure geen cijfer voor. Je koelkast merkt er niks van, maar je desktop-pc gaat waarschijnlijk uit. Werk je veel thuis? Houd daar rekening mee.
Wat kost het en wat krijg je ervoor?
De AC+ kost 969 euro, de Pro 1.209 euro. Per kWh is dat 404 versus 504 euro. Op het eerste gezicht scoort de AC+ beter op prijs-kwaliteit. Maar dat is niet het hele verhaal.
Heb je al zonnepanelen met een werkende omvormer en wil je daar niks aan veranderen? Dan betaal je bij de Pro 240 euro extra voor MPPT-ingangen die je niet gebruikt. De AC+ is dan de logische keuze.
Wil je je bestaande panelen juist efficiënter inzetten door ze direct op de batterij aan te sluiten? Dan heeft die 240 euro extra wél meerwaarde. En start je helemaal vanaf nul? Dan bespaart de Pro je een losse omvormer, waarmee je die meerprijs deels terugverdient. Tel daar de installatiekosten bij op: de AC+ doe je zelf, voor de Pro heb je mogelijk een elektricien nodig (200 tot 400 euro).
Op de lange termijn maakt het prijsverschil weinig uit. Bij 16 jaar gebruik praat je over 15 euro per jaar verschil. Maar die 240 euro nu kun je ook in een extra zonnepaneel steken.






